Chaos in Leiden

Na 7 lange jaren is het haar dan toch gelukt! Terwijl de mussen van het dak vielen, mocht Xiaomei in Leiden haar proefschrift Assessment and Learning Engagement in Massive Open Online Courses verdedigen. En met succes, dus is ze nu ook doctor.

Bloednerveus, dat was ik een kleine 7 jaar geleden, toen ik zelf mijn proefschrift mocht verdedigen. De formele plechtigheden, die grote zaal met alle familie en bekenden erin… Een beetje aandacht is leuk, maar om nou het middelpunt van alle belangstelling te zijn, dat is voor mij echt te veel van het goede.

Ana from Brazil
Nu mocht Xiaomei het allemaal ondergaan. Al maanden stond donderdag 25 juni rood omcirkeld in haar agenda. Er moest nog een heleboel gebeuren. Het regelen van een promotiecommissie leek vrij eenvoudig te gaan, maar daarna duurde en duurde het maar voordat haar proefschrift werd gedrukt. De invulling van de receptie en het diner na afloop kregen ook pas in de laatste week vorm. Ondertussen had Xiaomei ook nog een paar sollicitaties.

Vanwege de drukte had ik haar een paar weken amper gezien. Veel verder dan haar lekenpraatje via Zoom doornemen zijn we niet gekomen. Afgelopen woensdag besloot ik maar naar Leiden af te reizen om haar voor de Grote Dag bij te kunnen staan. Ze zou het vast fijn vinden om iemand om haar heen te hebben die dit traject al doorlopen had.

Op de avond zelf heb ik daar overigens weinig van gemerkt. Ze was vooral bezig met de loterij die ze na afloop wilde organiseren. De cadeautjes had ze op de bank uitgestald en die moesten de volgende dag natuurlijk nog de paarse koffer in. Ondertussen zat ze te dubben over welke oorbellen en welke schoenen ze moest dragen, terwijl ze in de tussentijd probeerde wat slag in haar haar te krijgen. Ik was blij dat ze zich alleen om haar uiterlijk zorgen maakte.

De kerk in
Pas om kwart over één trokken we op donderdag de deur achter ons dicht, waarna we nog een halfuur in de brandende zon naar het stokoude Academiegebouw moesten lopen met een volle koffer, een volle boodschappentas en een volle rugzak. Halverwege de rit staken we de straat over, waar een kerel met wit haar en dito baard liep. Dat moest Xiaomei d’r promotor zijn! Xiaomei liep voor me uit en het duurde even voordat ik haar had bijgehaald. Het was haar natuurlijk niet ontgaan, maar kennelijk vond ze een ontmoeting op straat nogal awkward.

Binnen werden alle spullen in de garderobe gedropt, waarna de oude lui, onder wie mijn tante, en Ewood tevoorschijn kwamen. Ik mocht een verhaal aanhoren over Erna d’r richtingsgevoel en de omweg die mijn vader en Ewood hadden gemaakt, waardoor ze toch later aankwamen dan mijn moeder en tante, die vervolgens op een terras achter het gebouw waren gaan zitten.

Binnen was het een beetje een georganiseerde chaos, want terwijl wij in de gang stonden, kwam de stoet van een eerdere promotie langs. Ik had nog kans gezien een proefschrift mee te jatten (ging over sterrenkunde, dat vind ik interessanter dan onderwijs, sorry!) terwijl ik mijn vochttekort probeerde aan te vullen. Even later vroeg Beppie of we de zaal al in mochten gaan. Iemand (ofwel Xiaomei, die zich op stond te maken, ofwel een van haar paranimfen) antwoordde instemmend, waarna mijn moeder en tante de kerkzaal (heel veel meer dan dat was het niet) binnenliepen, waar de Pedel ze meteen weer uit joeg.

Xiaomei mocht, met haar paranimfen, naar het zweethok boven. Ze was in haar nette, witte jurk gekomen, dus hoefde ze zich niet om te kleden (geen idee waar ze dat anders zou moeten doen). Ze hoefde alleen nog maar haar rode schoenen aan te trekken voor het Uur van de Waarheid.

Red day on blue street, or how about: blue day on red street…” Ik moest ineens aan dat liedje denken, helemaal toen ze na haar goede lekenpraatje (heel soms heb ik het idee dat ze m’n aanwijzingen opvolgt) haar eerste vraag als een politicus beantwoorde. Haar hooggeleerd opponent probeerde het nog een keer en nog een keer, maar zonder heel veel succes. Daarna ging het beter en formuleerde ze probleemloos ellenlange antwoorden op de ellenlange vragen die de professoren voor haar hadden bedacht. Als publiek zaten wij op de harde, houten bankjes tussen het spervuur in, met links de hoogleraren en professoren en rechts Xiaomei met haar twee paranimfen.

Zonnetje
Ondanks dat Xiaomei vaak wat moeite had de vragen te begrijpen, leek ze het allemaal wel erg leuk te vinden. Ze genoot van de aandacht en ze leek ook totaal niet nerveus. Wel klaagde ze net voor haar verdediging dat ze amper na kon denken. Op het podium verlies je zo 30 IQ-punten, wat in mijn geval betekent dat ik in de buurt van de negatieve waarden uitkom. Xiaomei had er ogenschijnlijk minder last van.

De decaan (?), die de verdediging in goede banen moest leiden (!), dommelde af en toe in, totdat hij wakker schrok, waarna zijn voorhoofd als een zonsopkomst weer boven de katheder zichtbaar was. Opmerkelijk genoeg gaf hij de eerste hooggeleerd opponent nog een keer de beurt, met de opmerking dat er nog 10 minuten resteerden. Nadat ze met moeite een vraag had geformuleerd en Xiaomei midden in een antwoord zat, klonk er ineens “hora est!”

Na kort beraad kreeg Xiaomei haar titel uitgereikt, waarna eerst haar promotor Wilfried A. (in het Nederlands) en daarna haar copromotor Nadira S. (in het Engels) het woord namen en haar feliciteerden. Opmerkelijk genoeg konden ze na 7 jaar nog steeds haar naam niet correct uitspreken (“Sjouw mij Wij!” maakten ze er steeds van).

Xiaomei (rechts) krijgt haar diploma uitgereikt door iemand met een baret.

Het mocht de pret niet drukken en nadat de hoge dames en heren waren uitgesproken, liepen we de zaal uit, op weg naar de receptie. Xiaomei werd nogmaals gefeliciteerd, waarna ik haar mijn fotoalbum mocht geven. AI 4 Dr Xiaomei had ik het genoemd, met dit omslagplaatje:

De door AI gegenereerde voorkant.

De symboliek achter dit plaatje wil ik elders nog wel uit de doeken doen voor degene die zich afvraagt waar ‘ie naar zit te kijken.

Ik had gehoopt dat ze het of heel leuk zou vinden, of dat ze juist boos zou worden (ik probeer haar af en toe te stangen), maar in plaats daarvan gebeurde er niets. Ze legde het gewoon een beetje verveeld weg, waarna ik maar een felgekleurd drankje pakte bij de knappe serveerster en haar andere collega’s haar met cadeaus overlaadden.

Theekleed
Nadat ook Rolex, die ondanks allerlei ellende met de trein toch op tijd was aangekomen, Xiaomei had gefeliciteerd, was het tijd voor de loterij. Ik hoopte de hele tijd dat mijn nummer niet uitgekozen zou worden, maar na 23 kwam 24 en vervolgens 25. Er waren nog twee cadeaus over en ik besloot het grootste cadeau maar te pakken, niet wetende of ik er goed aan zou doen. Veel maakte het niet uit, omdat Ewood de laatste prijswinnaar was. Hij had een badlaken of zo en ik een picknickkleed.

Om de een of andere reden had Xiaomei haar zijvouwzakken met thee niet van de hand gedaan. Volgens haar waren twee van haar hooggeleerd opponents al weggegaan, de dame die haar die eerste vraag stelde en die “filmster” volgens mijn vader, die overigens best een tijdje was blijven hangen. In het zweethok mocht ze vervolgens haar naam op de muur schrijven.

Xiaomei schrijft haar naam op de muur. Afbeelding: Rolex

Begenadigd spreker
Na buiten nog wat foto’s te hebben gemaakt, streken we neer op een terras om een uur te doden tussen de receptie en het diner. Doordat Xiaomei nogal laat had gereserveerd, was er alleen nog ruimte om 19:00 in het Pakhuis. Wel konden we een halfuur eerder binnenkomen, dus stonden we om tien voor half 7 al in de bunker, waar de serveersters met vage en afzichtelijke bretels rondliepen. Er waren twee tafels, een voor de professoren (exclusief de twee die al aan de terugreis begonnen waren) en een voor de familie.

Voor me zat Rolex, die geanimeerd zat te praten met ene Ben, een oudere man die op latere leeftijd was gepromoveerd. Wij hadden vroeger ook zo iemand, Jaap (eigenlijk Jacob), een vijfiger die na een onderbreking van tien jaar weer verder was gegaan met zijn proefschrift. In de tussentijd had de technologie natuurlijk niet stilgezeten en moest hij van DOS naar Windows en van floppydisks naar usb-sticks.

In ieder geval viel het gesprek niet stil, ondanks dat Rolex niet over koetjes en kalfjes zat te praten (die indruk kreeg ik in ieder geval, door de gebrekkige akoestiek kreeg ik er niet heel veel van mee). Knap vond ik dat. Met de knappe serveerster bij de receptie had hij achteloos ook wat woorden gewisseld. Hij wist nog net niet hoe ze heette. En dat terwijl ik de hele tijd een excuus probeerde te verzinnen om tegen haar te kunnen praten.

Uiteindelijk duurde het nog best lang voordat het eten er was en bleef het onprettig warm. Pas na tienen betaalde Beppie de rekening, waarna de hele familie weer in de trein naar de bewoonde wereld ging. Zelf mocht ik met Xiaomei mee naar haar hokje. Om de een of andere reden was de paarse koffer nog zwaarder dan op de heenweg.

Tijd om van haar net behaalde titel genieten kreeg Xiaomei niet. De dag erop was het weer feest, nu omdat de afdeling 30 jaar bestond. Ze keek uit naar het bezoek aan Corpus en het dansen in de avond. Zelf was ik natuurlijk niet uitgenodigd, dus ging ik maar op huis aan toen Xiaomei de thee in zat te pakken. Poes had anderhalve dag in een hok van 30 graden glansrijk overleefd, dus hoefde ik me alleen nog om de van het dak gevallen mussen te bekommeren.

Wir sind ein Pauer-Kappl!

Over het plaatje: het meisje is natuurlijk Xiaomei in haar witte jurk met lange zwarte jas. Zelfs de schoenen zijn des Xiaomeis. Ze staat aan het eind van een lang pad voor een hek (een typisch AI-hek dat plotseling ophoudt), omdat ik haar vaak hekje noem. Achter het hek is het nog een wildernis en daarin moet ze haar eigen pad vinden. De ondergaande zon geeft het geheel iets warms en staat misschien ook voor de tijd die maar doortikt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *